Bijen en hommels

In Nederland leefden ooit meer dan 350 soorten wilde bijen (Antophila). Nu zijn er minder dan 270 van over. Veel van deze bijensoorten dreigen uit te sterven. De honingbij komt hier niet in het wild voor, maar wordt als huisdier gehouden door imkers.

Bestuiving

Bijen eten zowel nectar als stuifmeel. Dit verspreiden ze tijdens het verzamelen. Daarom zijn ze belangrijk voor de bestuiving van planten, waaronder veel voedselgewassen. 

Leefgebied

Hommels en honingbijen leven in een volk met een koningin en werkers. Maar de meeste bijensoorten zijn solitair. Het leefgebied van de solitaire soorten is vaak een paar honderd of tientallen vierkante meters rondom hun nestplek. Ze hebben tijdens de lente, zomer en herfst bloemen nodig die veel nectar en stuifmeel bevatten. Sommige bijensoorten zijn afhankelijk van een beperkt aantal soorten bloemen.

Nest

Bij de meeste solitaire soorten sterven de bijen voor de winter, nadat de eitjes zijn gelegd. Bij hommels en honingbijen zoekt de koningin een nieuw nest en overwintert daar. In de lente legt ze dan haar eitjes en begint een nieuwe kolonie. Wanneer bijen uit hun ei komen, zijn ze eerst larven. Ze verpoppen zich later tot een volwassen bij.

Ook het nest verschilt per soort. Veel bijensoorten maken nesten in zand onder de grond. Andere leven in bovengrondse nesten in bijvoorbeeld holle stengels of tussen hout.

Plukroute helpt

Om wilde bijen en andere bestuivers te helpen groeien er langs de Plukroute verschillende soorten nectarplanten. Er is een grote variatie aan bloemen die verspreid over het jaar bloeien. Zo is er voedsel beschikbaar voor verschillende soorten bijen en andere nuttige insecten.

Top